KLAAS A. D. SMELIK

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Prof. dr. Klaas A.D. Smelik (* 1950 Hilversum), hebraïcus, oudtestamenticus en judaïcus

 

 

 

Inhoud

 

Jeugd

Studie en loopbaan

Publicaties

Jodendom, anti-judaïsme en de Hebreeuwse Bijbel

Etty Hillesum

 

 

__________________________________________________________________________________________________________________________

 

Jeugd

 

Klaas Antonius Donato Smelik werd in 1950 te Hilversum (Nederland) geboren.

 

Zijn beide ouders, Klaas Smelik (1897-1986) en Jenny Smelik-Kiggen (1913-1980), waren schrijver van beroep. Zijn vader koos meestal de zeevaart als thema voor zijn talrijke boeken, hoorspelen, toneelstukken en televisiespelen, omdat hij vroeger als machinist had gevaren, voordat hij schrijver werd. Zijn werk werd in binnen- en buitenland opgevoerd, tot in Rusland toe. Zijn moeder heeft vooral voor kinderen geschreven. Het bekendst zijn haar vier kinderboeken over dieren: ‘Maarten Kwak’, ‘Billy de Bever’, ‘Hondenbaantjes’ en ‘Robbie de Zeehond’. Ze verschenen eind jaren veertig, begin jaren vijftig van de vorige eeuw.

 

 

 

Jenny Kiggen & Klaas Smelik (Sr.) omstreeks 1948

 

Hun enige zoon Klaas A.D. Smelik bracht zijn jeugd door in Hilversum, alwaar hij de Godelindeschool en het Nieuwe Lyceum bezocht. In zijn studententijd verhuisde hij naar Amsterdam. Later woonde hij in Haarlem, Dordrecht en Antwerpen. Sinds 2005 woont hij in Bree, een stadje in Belgisch-Limburg. Hij is getrouwd met de arts en theologe Jacqueline Conings. Hij heeft vier kinderen: Ruben, Esther, Miriam en Rosa.

 

________________________________________________________________________________________________________________________

 

Studie en loopbaan

 

Bijzondere indruk op hem maakten de verhalen thuis over Etty Hillesum (1914-1943), wier oorlogsdagboeken door zijn vader werden bewaard. Zo raakte hij reeds vroeg door de geschiedenis van het Joodse volk geïntrigeerd. Door het volgen van Bijbels Hebreeuws als keuzevak op de middelbare school kwam hij tot het besluit om in deze richting verder te gaan.

Vanaf 1968 studeerde hij Theologie en Semitische talen (Hebreeuws, Aramees en Syrisch), eerst in Utrecht, later aan de Universiteit van Amsterdam en ten slotte in Leiden. Daarnaast trokken hem ook de andere culturen van de oude wereld, zowel het Oude Nabije Oosten als Griekenland & Rome. Dit leidde tot aanvullende studies in Archeologie, Oude Geschiedenis en een aantal Oudoosterse talen zoals Akkadisch, Egyptisch en Koptisch.

In 1977 promoveerde hij bij professor M.A. Beek aan de Universiteit van Amsterdam met een proefschrift over koning Saul. Hierin kwam hij – mede op grond van zijn vorming als oudhistoricus – tot een kritische evaluatie van de Bijbel als historische bron, een onderwerp waarover hij later zijn bundel Converting the Past publiceerde (Leiden, Brill, 1992).

In 1982 werd hij als universitair docent voor Oude Testament aan de Rijksuniversiteit Utrecht benoemd, waar hij is gebleven tot 1990. Tegelijkertijd was hij van 1979 tot 1985 docent Oude Geschiedenis aan twee lerarenopleidingen, één in Amsterdam en één in Den Haag. Van 1985 tot 1989 was hij als universitair docent Oude Testament tevens aan de Universiteit van Amsterdam verbonden.

In 1990 verplaatste hij zijn activiteiten naar Vlaanderen, alwaar hij reeds in zijn jeugd wortels had gekregen. Hij werd hoogleraar Hebreeuws, Oudtestamentische Vakken en Judaïca aan de Universitaire Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid in Brussel van 1990 tot 2005, waar hij ook negen jaar decaan was van de Nederlandstalige afdeling. Vanaf 1995 was hij daarnaast als gasthoogleraar verbonden aan het departement Oosterse Talen en Studiën van de Faculteit Letteren van de Katholieke Universiteit Leuven, eerst voor het geven van colleges over de geschiedenis en godsdienst van het oude Nabije Oosten en later over de geschiedenis van het Jodendom.

Sinds 1 oktober 2005 is hij voltijds verbonden aan de vakgroep Talen en Culturen van het Nabije Oosten en Noord-Afrika van de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte van de Universiteit Gent voor de vakken Hebreeuws en Jodendom.

__________________________________________________________________________________________________________________________

 

Publicaties

 

Net zoals zijn ouders heeft ook Klaas A.D. Smelik veel publicaties op zijn naam staan; ze bestrijken verschillende terreinen, zoals de Bijbel, het Hebreeuws, Oud-Hebreeuwse inscripties, het Jodendom, het anti-judaïsme, Etty Hillesum, de antieke godsdiensten en de oudheid in het algemeen.

 

Een volledig overzicht is via deze link op te vragen:

 

Lijst publicaties

 

Naast zijn wetenschappelijke en populairwetenschappelijke werk schreef hij drie detectiveromans (bij Ten Have; de Italiaanse vertaling wordt uitgegeven door Apeiron Editori) en vijf bewerkingen van Bijbelverhalen voor de jeugd (bij Kok). Tot nu toe verscheen hiervan één deel (‘Jona’) ook in het Tsjechisch (Kalich); waarschijnlijk volgen er meer. Een nieuwe bewerking van Bijbelverhalen voor de jeugd verscheen in 2006 onder de titel ‘Het Bijzonder Bijbels Beestenboek’ (NZV/Ten Have). Een Italiaanse editie is in voorbereiding (eveneens bij Apeiron Editori).

 

 

 

__________________________________________________________________________________________________________________________

 

Jodendom, anti-judaïsme en de Hebreeuwse Bijbel

 

In het werk van Smelik zien wij drie centrale thema’s: Jodendom, anti-judaïsme en de Hebreeuwse Bijbel.

 

De contacten van Smelik met het Jodendom zijn niet alleen van wetenschappelijke, maar ook van persoonlijke aard. Hierdoor heeft hij een goed beeld gekregen van het hedendaagse Joodse leven, waarover hij in 1986 samen met Yko van der Goot het boek Joods leven in Nederland publiceerde. Reizen naar Israël en contacten met Israëli’s vulden dit beeld aan. Ook zijn religieuze visie is sterk door de Joodse traditie bepaald. In 2004 publiceerde hij ‘Herleefde Tijd’, een geschiedenis van het Joodse volk (bij Acco). In voorbereiding is een algemene inleiding tot de Joodse godsdienst (ook bij Acco).

 

 

Vanuit zijn belangstelling voor het Jodendom heeft Smelik zich ook bezig gehouden met de relatie tussen kerk en synagoge en in het bijzonder het anti-judaïsme. Naast artikelen schreef hij over dit onderwerp twee boeken: Hagar en Sara en Anti-judaïsme en de kerk (beide bij Ten Have). Op grond van zijn onderzoek is hij tot de conclusie gekomen dat het anti-judaïsme een wezenlijk onderdeel van de christelijke traditie is en niet een ongelukkig bijverschijnsel, zoals velen menen. Hij wil bijdragen om aan het anti-judaïsme een einde te maken – een plicht na de Sjoa, de poging tot vernietiging van het Europese Jodendom tijdens de Tweede Wereldoorlog – door een diepgaande bezinning op de motieven van de eerste anti-judaïstische auteurs en de bestudering van dit door velen veronachtzaamde deel van de kerkgeschiedenis.

 

 

Een ander hoofddoel van Smeliks activiteiten is een bijdrage leveren aan de herwaardering van de Hebreeuwse Bijbel (Oude Testament), zowel op wetenschappelijk als op meer populair niveau. Naar zijn mening heeft de Hebreeuwse Bijbel een belangrijke boodschap voor de actualiteit, ook voor mensen buiten de kerk of synagoge. Een belangrijk struikelblok zijn echter de bestaande vooroordelen tegen het Oude Testament. Zowel in zijn academische werk als in zijn activiteiten als schrijver probeert hij deze vooroordelen weg te nemen. De Tora is niet achterhaald, het Oude Testament is niet gewelddadiger dan het Nieuwe, de geloofsbeleving in de Hebreeuwse Bijbel is niet primitief. Zijn jongste project op dit gebied is de serie Bijbelse Zaken, waarvan tot nu toe drie delen verschenen (bij Boekencentrum). Een Italiaanse editie is in voorbereiding (eveneens bij Apeiron Editori).

 

 

Als exegeet behoort Smelik tot de zogenaamde Amsterdamse School. Zijn commentaren op Ruth en 1 Samuël (bij Kok) geven een goed beeld van zijn aanpak, waarbij de literaire analyse in dienst staat van de kerugmatische. Uiteindelijk gaat het erom de boodschap van de Bijbelschrijvers zo zuiver en zo nauwgezet mogelijk weer te geven, rekening houdend met hun typische schrijfstijl en aanpak.

 

Ook op het gebied van het Bijbelvertalen heeft hij een eigen uitgesproken opvatting, waarbij hij de nadruk legt op het literaire karakter van het Bijbels Hebreeuws. Hij verzet zich tegen de mening dat het Bijbels Hebreeuws op dezelfde wijze moet worden vertaald als andere talen (zoals in de Nieuwe Bijbelvertaling gebeurt). Het Bijbels Hebreeuws is een literaire taal, weliswaar afgeleid van het Judees, maar met een eigen ontwikkeling als schrijftaal.

 

Een bijzondere belangstelling heeft Smelik voor tekstvondsten in het Hebreeuws en andere Semitische talen. Naast artikelen schreef hij twee boeken over de Hebreeuwse epigrafie (bestudering van inscripties): in 1984 was dat ‘Behouden Schrift’ (ook in het Duits en het Engels vertaald) en in 2006 ‘Neem een boekrol en schrijf’.

 

 

In het totaal publiceerde Smelik tot nu toe een dertigtal boeken (naast vele artikelen en andere bijdragen aan bundels en periodieken).

__________________________________________________________________________________________________________________________

 

Etty Hillesum

 

 

        

            

 

In 1979 slaagde Smelik erin een uitgever te vinden voor de oorlogsdagboeken van de reeds genoemde Joodse schrijfster Etty Hillesum, een opdracht waarin zijn vader niet was geslaagd als gevolg van de tijdgeest van de jaren vijftig van de vorige eeuw, toen men haar werk ‘te filosofisch’ vond. Daarin zag de uitgever Jan Geurt Gaarlandt juist de kracht van het manuscript dat hem door Smelik was voorgelegd. Een en ander resulteerde in 1982 in de uitgave van een bloemlezing uit Hillesums dagboeken: ‘Het Verstoorde Leven’ (bij De Haan). Deze bloemlezing werd samengesteld door Gaarlandt. In 1986 bezorgde Smelik de integrale editie van alle dagboeken en bewaard gebleven brieven van Etty Hillesum (bij Balans; vijfde verbeterde en aangevulde druk 2008). Van deze wetenschappelijke editie verscheen in 2002 een Engelstalige editie en in 2008 een Franse editie. Een vertaling in het Italiaans van de integrale editie is nog in voorbereiding.

 

 

In 2006 richtte Smelik in Gent het Etty Hillesum Onderzoekscentrum op, een onderdeel van de Universiteit Gent.

 

 

Doel van dit centrum is om internationaal het wetenschappelijk onderzoek naar Etty Hillesum te coördineren en ook om zelf onderzoek te doen. Het Etty Hillesum Onderzoekscentrum geeft een eigen publicatiereeks uit: de Etty Hillesum Studies (bij Van Gorcum). Eind 2007 verscheen het tweede deel: ‘Etty Hillesum in context’. Een derde deel is in voorbereiding.

 

De staf van het Etty Hillesum Onderzoekscentrum eind 2006

vlnr: Ellen Vandewalle, Maarten Bogaert, Meins Coetsier, Klaas Smelik
(fotografie: Eric Smekens
)

Eind november 2008 vond een internationaal congres in Gent plaats over Etty Hillesum, dat door het Etty Hillesum Onderzoekscentrum was georganiseerd in samenwerking met het Institutum Iudaicum en de Radboud Universiteit Nijmegen. Op het congres, dat druk werd bezocht, sprak een twintigtal deskundigen op het gebied van Etty Hillesum en haar nagelaten geschriften, afkomstig uit Canada, de Verenigde Staten, Ierland, Groot-Brittannië, Nederland, België, Portugal en Italië. Het ligt in de bedoeling dat de voordrachten in 2009 zullen worden gebundeld en uitgegeven.

 

Klaas Smelik spreekt over 'Etty Hillesum and her God'

 

NUTTIGE LINKS

 

Lijst publicaties

 

Nieuwe titels

 

Etty Hillesum Onderzoekscentrum

 

 

 

 

Terug naar boven